Tourféminin

sp8801

Uitgever     :   S3B – Ramonville – Frankrijk
Jaar             :    1996
Maker         :   ?

Het is een verkleinde versie van het originele 54 x 12 spel van dezelfde uitgever dat eerder werd uitgegeven (jaren ’80).  Het spel is gedrukt op een in 4 gevouwen  blad van 60 x 40 cm.  Aan de rand zitten uit te scheuren kaartjes en markers.

Wanneer de uit te scheuren hulpjes verwijderd zijn, blijft er een speelbord van 41 x 40 cm.
Er zitten 8 rennertjes bij (4 ploegen van 2) en 2 dobbelstenen. De kaartjes die erbij zijn zijn 12 “carte plat”, 12 “carte montage”, 20 “carte stratege” en een aantal markers voor start, aankomst, bergtoppen, richtingspijlen en een overwinningskaartje.
Het bord omvat een buitenste ronde met een binnenlus. Het parcours kan in beide richtingen gebruikt worden en doordat de start en de aankomst  overal kan geplaatst worden kunnen er verschillende soorten ritten gereden worden.

sp8802
Spelmechanisme:

Voorbereiding

Je kunt met 2 tot 4 spelers spelen. Een ploeg bestaat uit 1 of 2 renners, afhankelijk van je gewenste speelduur. Zeker als je een Tour speelt is het nodig om de renners te nummeren van 1 tot 8.

De start

De startvolgorde wordt met een dobbelsteen bepaald. Diegene die als eerste aan de beurt is gooit met 2 dobbelstenen  en verplaats zijn eerst renner en gooit dan eventueel voor zijn tweede renner. Alle deelnemers spelen zo. Vanaf de volgende beurt wordt er geworpen in volgorde van de plaats in de wedstrijd. De renners worden altijd tegen de rode lijn geplaatst, indien een speler een dubbel gooit mag hij nog is met dezelfde renner, een dubbele 1 geen een lekke band (zie verder).  Indien in de volgende beurt verschillend renners naast elkaar staan , gaat die aan de rode lijn voor.
Na de tweede speelbeurt is het terug aan de koploper in de wedstrijd. Kom je vanaf nu op een bezet vakje, moet je achteraan op het eerste vrije vakje aansluiten.

Parcours en verplaatsing

De nummertjes op de vakjes hebben geen betekenis , ze dienen enkel om het aantal vakjes te tellen. De lichtgrijze vakjes zijn vlakke weg, de donkergrijze bergop. Op het vlakke ga je evenveel vakjes vooruit als gegooid, bergop ga je het aantal vakjes vooruit gelijk aan de helft van het gegooide aantal (naar beneden afgerond). Als je op een vlak gedeelte begonnen wordt telt je worp volledig, ook al je op bergop vakjes terechtkomt.

De kaarten “plat” en “montagne”  (vlak en bergop)

Kom je op zo een vakje, dan mag je een kaart trekken. Dat kies je zelf, het is niet verplicht. De kaarten kunnen zowel  een plus als een min bij de dobbelsteenworp betekenen ( gaat van een 5 tot een -5 en een beurt overslaan kan ook). Het trekken van de kaart gebeurt bij het begin van de beurt niet op het einde.

De kaarten “stratege”   (strategie)

Deze kaarten worden rondgedeeld bij het begin van het spel. Elke speler krijgt er 2 per renner. Je mag die kaarten ten allen tijd gebruiken. Slechts 1 per beurt per renner. De extra vakjes die mogelijk bijkomen in een bergop worden ook door 2 gedeeld. De kaarten zijn een 8 verplaatsing, een kaart die een lekke band opheft, een kaart die het effect van een kaart “plat” of “montage” neutraliseert, een kaart die ervoor zorgt dat rijden bergop even snel gaat dan op het vlakke en een tussensprint bergop.

Dubbel gooien

Indien een speler een dubbel gooit, speelt hij nogmaals met dezelfde renner. Je kan meerdere dubbels na mekaar hebben. Voor de extra worp geldt ook het type terrein waarop de aansluitende verplaatsing vertrekt (dus bergop delen door 2).
Indien er een dubbel 1 gegooid wordt heeft de renner een lekke band.

Lekke band

Als een speler een dubbele 1 gooit rijdt hij lek! Hij verliest 2 beurten: de renner wordt buiten de weg geplaatst, in de volgende beurt wordt hij terug op de weg geplaatst op de plaats waar hij lek reed, en in de daaropvolgende beurt kan hij terug bewegen.

De aankomst

Als iemand de lijn overschrijdt wordt de volledige beurt uitgespeeld. En diegene die het verst komt in de volledige beurt is de winnaar (dus niet noodzakelijk diegene die in het spel als eerste over de aankomst kwam). Indien in de sprint twee renners naast elkaar komen, gaat diegene die er het eerste was voor. Indien bij het overschrijden van de aankomst dubbel gegooid wordt, volgt ook hier een extra worp.
In functie van de uitslag krijgt de speler punten en wel als volgt:  20, 16, 13, 10, 7, 5, 3 en 1 punt.

Punten voor de bergprijs

Het bergklassement is te facultatief.   Afhankelijk van de rit worden een aantal cols toegevoegd. De doorkomst op de top verloopt volgens dezelfde regels als de aankomst.
Diegene die aan het eind van de Tour het hoogste aantal punten verzameld heeft is de eindwinnaar van het bergklassement.
De puntenverdeling voor de eerste drie is als volgt:

Alpen : 10, 6 en 3 punten
Pyreneeën :  8, 5 en 2 punten
Centraal Massief:  6, 3 en 1 punt

sp8803

sp8804

sp8805

sp8806

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>