Tourspel

sp9801
Uitgever     :   Tigro Spellen Rotterdam  – Nederland
Jaar             :    1997
Maker         :   Paul Groenendijk en Jimmy Tigges

Het spel is origineel verpakt in een plastieken koker. Het speelbord toont een abstracte kaart van Frankrijk dat gezeefdrukt werd op ijzerhoudende kunststoffolie. De renners zijn ronde magneetjes. Van het spel zijn 400 exemplaren in twee oplages vervaardigd. Mijn exemplaar is nummer 105/300 (tweede oplage).

sp9804

Een ploeg bestaat uit 4 renners : een kopman en 3 knechten. Wie het eerst zijn kopman over de finish krijgt heeft gewonnen. Het bord meet 60 x 42 cm. De koker bevat verder 4 dobbelstenen, 5 ploegen van 4 renners en 1 gouden renner (hoewel ik niet zeker ben of die er origineel bij was).

Het parcours bord bevat vlakke gedeelten en bergen (gerasterde vakjes). Op het speelbord zijn verschillende routes mogelijk. Soms zijn er volle lijnen die middenbermen voorstellen die de renner niet kan dwarsen.

Het gebruik van premie- en pechkaarten geeft een bijkomende dimensie. Het aantal premiekaarten en verschillende gebeurtenissen is erg groot.

sp9802

Spelmechanisme:

Bewegen: een renner mag enkel vooruit, of schuin vooruit. Hij mag door andere renners door; maar moet op vrij vakje terechtkomen. Obstakels en middenbermen beletten de doorgang.

Beginbeurt: elke speler gooit met 1 dobbelsteen en verplaatst zijn renners. Hij doet dit voor de 4 renners na elkaar, Wanneer de verplaatsing onmogelijk is omdat de vakjes bezet zijn, mg hij nog ene 5de keer rollen

Normale beurt: elke volgende beurt bestaat uit slepen, dan gooien en verzetten. De spelers spelen om beurt, dus niet volgens de positie in de wedstrijd.

Slepen: Iedere renner van een ploeg die aan de beurt is en die een rij aanvoert, moet eerst slepen. Een rij wil zeggen: twee of meer renners direct achter elkaar, inclusief diegene die de rij aanvoert. Het is van geen belang tot welke ploegen de overige renners van de rij behoren, het gaat om de voorste renner. De speler moet deze rij evenveel vakjes recht vooruit verplaatsen als er renners in de rij staan. Lukt dat niet omdat de baan geblokkeerd wordt, gaan het slepen niet door (dus nooit minder slepen).

Gooien en verzetten: men gooit altijd met 4 dobbelstenen. Iedere geldende dobbelsteen dient om 1 renner naar keuze uit de ploeg te verzetten. Het aantal geldende dobbelstenen hangt af van het aantal renners van de eigen ploeg die op 1 rij staan (vlak achter elkaar) en is gelijk aan dit aantal 1. De laagste ogen tellen steeds (als niet alle dobbelstenen gelden) en met moet proberen zoveel mogelijk renners te verzetten.

Bonus: als een speler aan het einde van zijn beurt 3 renners op rij heeft, heeft hij en premiekaart verdiend. Heeft hij 4 renners op rij, dan heeft hij een extra beurt verdiend (in de extra beurt kan dan niet gesleept worden, maar kan een nieuwe bonus worden verdiend).

Premie- en pechkaarten: zijn of voor een eigen voordeel of voor een nadeel bij een tegenstander te berokkenen. Men verdient een premiekaart: ? iedere keer als bij t einde van de beurt men 3 renners op rij heeft ? als men met de 4 dobbelstenen hetzelfde aantal ogen gooit ? bij het overschrijden van de premielijn; de ploeg die als eerste met al zijn renners over deze lijn passeert, krijgt 3 premiekaarten, de tweede 2 en de derde nog 1. Men mag maximum 8 premiekaarten in bezit hebben, ze moeten niet onmiddellijk worden gespeeld.

Gebruik premie- en pechkaarten: het dwarsbomen van een tegenstander gebeurt voor zijn beurt, ook bij het wegvallen van een verplaasting moet er nog wel gesleept worden. Er kunnen meerdere premiekaarten tegen een ploeg gespeeld worden per beurt. Zijn ze tegenstrijdig, dan vervalt de eerste. Bij het uitvoeren van een opdracht door een premiekaart kunnen er geen bonussen worden verdiend. Een premiekaart ten eigen bate kan gespeeld worden na het gooien en verplaatsen (dus extra), er kunnen ook hier meerdere premiekaarten worden ingezet. Een eventuele bonus wordt toegekend na het spelen van de premiekaarten.

Beklimmingen: het slepen vervalt wanneer een van de renners van de rij (kop of staart) op een beklimming staat. Er mag enkel met 1,2 of 3 worden verzet. Hogere waarden blijven gelden voor renners buiten de bergen. 3 of 4 renners op een rij leveren geen bonus vanaf er één van de renners op een beklimming staat. Premiekaarten zijn alleen te verdienen als je op een vakje met “P” komt.

Blokkeren: bij een rij van 2 of meer renners in de bergen is de 2de renner van deze rij, van welke ploeg dan ook, geblokkeerd en kan bijgevolg niet worden verzet. Uitgangspunt blijft de positie in het begin van de beurt. De regel geldt ook bij uitvoering van opdrachten vanwege premie- of pechkaarten. Een speler kan zijn geblokkeerde renner bevrijden door met een renner direct voor de blokkade te gaan staan.

Sterren op premiekaarten: onderaan de premiekaarten staan een aantal sterren afgebeeld. Inleveren van twee van deze sterren compenseert een beurt die men zou moeten overslaan.

Een hele Tour rijden: de regels voorzien in een puntensysteem waarbij de renners in volgorde van aankomst strafseconden krijgen (puur op de plaats gebaseerd en niet op één of ander vorm van werkelijke achterstand). Zo ontstaat er een klassement met tijden dat eigenlijk gevormd wordt op basis van een puntenklassement.

Ploegentijdrit: winnaar is diegene die als eerste 3 renners van zijn ploeg over de meet krijgt.

sp9803

sp9805

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>