Leader 2

up0601

Uitgever    :     —
Jaar          :      2012
Maker        :      Daniel Kazaniecky – Polen

Algemeen:  

De regels werden ontwikkeld door Daniel Kazaniecki (met grote steun van onder andere José Luis Meseguer en Frank de Jong).

Deze regels zijn een uitbreiding op Leader 1 , een groep spelers vonden het vanaf dag 1 een leuk spel, maar ze vonden dat er wat schortte aan het weergeven van een echte wedstrijd. Bovendien werden ofwel de regels hier en daar verduidelijkt, ofwel werden er  nieuwe d dingen geïntroduceerd. Als je het Leader 1 spel hebt, kun je deze variant spelen

In het eerste deel staan de wijzigingen of verduidelijkingen vermeld ten opzichte van de oorspronkelijke regels.

Verderop staan de dingen die volledig zijn toegevoegd.

Er zijn wat dingen die we in en bepaalde vorm terugvinden in de Hell of the North versie die als officieel vervolg op Leader 1 werd uitgebracht.

Aanpassingen / verduidelijkingen aan de oorspronkelijke regels :

De totale energie is gelijk aan de som van de getallen op de kilometerpalen, maar om het peloton sterker te maken mag ze beperkt worden (tot 70-80%).
Sprinters krijgen een extra vakje als ze hun beweging starten in de laatste tegel van een vlakke race of in de tegel die een tussensprint bevat. (dit is gedaan omdat bij de originele regels de sprintzones veel te kort waren en sprinters nagenoeg geen voordeel hadden).

Tijdrijders krijgen een extra bewegingspunt tijdens individuele tijdritten of ploegentijdritten.

Agressieve renners krijgen een bonus van 2 vakjes als ze ontsnappen, dit kan slechts 1 keer per wedstrijd. (denk hierbij aan de eeuwige aanvallers zoals Jens Voigt).

Kasseispecialisten krijgen een extra bewegingspunt wanneer ze hun beurt beginnen op een kasseistrook.

Explosieve renners kunnen bij hun betalende beweging bergop 1 vakje over de berglimiet gaan zonder een risico op inzinking te krijgen, maar wel aan de kost van bijkomend 1 energiepunt (denk hierbij aan de lichtgewicht klimmertjes van 1m65 en 50kg)

Ronderenners krijgen 5% meer energie of een bijkomende bidon voor elke rit.

Bij een ronde zal de speler met de gele trui eerst spelen.

Er wordt eerst gerold voor het peloton en dan eventueel aangekondigd of het peloton gaat achtervolgen (zie verder)

Bewegen van ontsnapte renners: die moeten minstens 1 vakje vooruit gaan

Renners kunnen door andere renners doorrijden maar dit kost 1 energiepunt per bezet vakje waar de renner doorgaat (de renner moet niet de langste weg pakken).

Kosten van de beweging van ontsnapte renners: elke beweging die start voor het peloton kost 1 bijkomend energiepunt. Dit geeft het nadeel van ontsnapte renners ten opzichte van het peloton weer en zorgt ook dat niet al te lange marathoner bijna steeds succesvol zijn (zoals met de originele regels).

Beginnend bij de speler die het peloton aanvoert kan de speler een aanval van 1 of 2 van zijn renners aankondigen. Indien hij 2 renners laat aanvallen, kost dit automatisch 1 energiepunt per renner. Nadat alle aanvallen aangekondigd zijn krijgen de spelers de kans de aanval af te blazen, maar weer met de kost van 1 energiepunt (zo kun je of aanvallen faken, of beslissen enkel door te gaan als je renners meekrijgt).

Het achtervolgen van het peloton: dit misschien één van de grootste wijzigingen. Elke ploeg krijgt een aantal ploegpunten die gebruikt kunnen worden om het peloton te laten achtervolgen (het aantal is afhankelijk van het rit, 2 voor een groene tegel, 1 voor een zwarte). De speler die het peloton aanvoert kan beslissen of het peloton achtervolgt na de beurt. Indien hij achtervolgt is het altijd een 1 in de eerste achtervolgbeurt en moet hij 1 ploegpunt inleveren en hij kan kiezen om de leiding van het peloton te houden. Indien hij de leiding houdt mag hij meerdere vakjes achtervolgen in de volgende beurt met een kost van ploegpunt per vakje, zolang het peloton daardoor niet meer dan 6 vakjes vooruit gaat. Hij mag blijven achtervolgen tot al de ploegpunten op zijn. Iedereen in het peloton met 1 ploegpunt inleveren in de bevoorradingszone en bij het begin van rode tegels. Indien je geen ploegpunten meer hebt moetje 2 energiepunten inleveren die je naar keuze verdeelt over de jouw renners die in het peloton zitten. Elke ploeg in het peloton verliest ook 1 ploegpunt als het peloton 6 vakjes vooruit gaat. Als je geen ploegpunten meer hebt en toch het peloton wil laten trekken kost het één van jouw renners in het peloton 2 energiepunten.

Met dit systeem kan er een continuïteit in de achtervolging van het peloton komen. Als de leiding altijd wordt doorgegeven dat gaat het peloton soms achtervolgen , dan weer niet. Hiermee gaat door de pelotonleider een treintje kunnen gevormd worden die het peloton meerdere beurten laat aanvoeren.

Los van de regel van de ploegpunten, verliezen alle renners in het peloton 1 energiepunt als het peloton 5 gaat, en verliezen ze 2 energiepunten bij een beweging van 6.

Wanneer bewegingen straten in de bergen (rode tegels) geldt het bovenstaande enkel voor klimmers. Voor de andere renners gelden andere regels.

Niet elk type renner verteert de snelheid bergop even goed.

up0602

Elke ingelopen van wie het voorwiel niet voor het peloton staat wordt ingelopen en moet de bewegingsgkost van het peloton betalen.

Beweging van de achterop geraakte renners: een renner is terug in the peloton opgenomen als zijn voorwiel gelijk is met de achterzijde van het peloton.

Indien het peloton niet achtervolgde, wordt de leiding doorgegeven aan de volgende speler. Indien het peloton in achtervolging was, kan de leider beslissen de leiding te behouden voor de volgende beurt..

Bij de start van sommige heuvels en bergen wordt de moeilijkheidsgraad van de beklimming aangegeven die de de kans op een inzinking aanduidt. Tenzij het over een explosieve renner gaat .  Bijvoorbeeld als de renner een beweging doet van 5 bewegingspunten dan moet in geval van de inzinking de renner 5×3 1 energiepunt inleveren (de 1 omdat dat de default is van een renner die voor het peloton rijdt ).

Een renner kan zonder problemen over de zwarte vlekken afdalen zonder een risico op een val, in de betalende beweging kan hij maximaal over 1 zwarte vlek overrijden met risico op een val. De controle of de renner valt gebeurt na de beweging door het rollen van de event dobbelsteen. Wanneer een renner valt gebeurt dit op het vakje waar zij beweging stopt en daar blokkeert hij de weg. Hij moet 2 keer zijn bewegingskost betalen en 1 beurt overslaan. Hij moet genoeg energie overhebben om het risico te kunnen pakken.

Indien hij door de event rol het risico overwonnen heeft, moet hij toch het risiconiveau verhogen voor een volgend risico.

Lekke banden.  Als de rode 4 gerold wordt voor het peloton. Wordt er 4 bewogen, alle renners moeten de event dobbelsteen gooien, bij een 1 rijden ze lek. De renners die in het peloton zitten worden achter het peloton geplaatst en gedragen zich als achtervolgers in de volgende beurt.  De renners die lekrijden voor het peloton zullen niet bewegen voor het peloton in de volgende beurt, maar pas bewegen op het einde van die beurt.

De renner die lek staat kan niet slipstreamen of voor een slipstream zorgen.

Renners die minder bewegen dan hun gratis beweging slipstream skill krijgen per vakje minder 1 energiepunt terug.

Bij ritenkoersen krijgt de  winnaar 1 bonusvakje op het scorebord bij een etappewinst, maar niks meer bij het winnen van een tussensprint (dit omdat bij deze regels de verschillen met het peloton kleiner gaan zijn). Het uit koers nemen valt ook weg.

Bij 5-6 spelers kunnen de spelers toch overeenkomen van met 3 renners te rijden, maar dan moet er steeds in het peloton volgen en de energie daar gebruiken.

Nieuwe uitbreidingen :

Deze ideeën maken het spel meer realistisch en nog meer strategisch, maar zijn niet strikt noodzakelijk en kunnen voor de eenvoud worden weggelaten.

Ploeg-eigenschappen : “sterke ploegen” krijgen 2 ploegpunten extra voor elke rit, “klimmersploegen” zullen geen ploegpunten verliezen op de rode tegels.

Ploegkapitein: elke ploeg duidt een ploegkapitein aan voor een klassieker of voor de eerste rit van een Ronde. De renner krijgt een extra bidon (energiekaart) bij elke start, die hij ook mag opsparen om tijdens de rit te gebruiken.

Slechte dag: bij het binnenrijden van de eerste rode tegel in de rit gaan de renners direct voelen of ze goeie benen hebben of een slechte dag hebben. Elke renner die de tegel binnenkomt (binnen of buiten het peloton) moet de event dobbelsteen rollen. Bij een 1 moet hij de bovenste energiebidon pakken en de waarde van zijn energiepunten aftrekken.

Wind: Wanneer het peloton op een groene tegel komt, rol dat de twee dobbelstenen op hetzelfde moment. Indien je “1” rolde met de rode dobbelsteen, dan krijgt het peloton zijwind. Plaats dan alle renners die in het peloton zitten op het tweede vakje van het peloton (het peloton pakt 2vakjes), en verplaats het lege peloton normaal. Door de sterke wind is er wat chaos in het peloton en kan dit niet achtervolgen. Nu zal de pelotonrijden de rode dobbelsteen rollen voor één van zijn renners in het peloton en die gaat het gegooide aantal vakjes vooruit, zonder risico op een val. Met een slecht resultaat zal hij het peloton niet kunnen bijhouden. Daarna zal een volgende speler hetzelfde doen, net zoals dat meerdere renners proberen te ontsnappen, maar de weg zal meer en meer geblokkeerd worden zodat sommige het peloton niet kunnen blijven volgen. Van zodra de weg geblokkeerd is kun je er niet meer door. Sinds er geen achtervolging was, zal de leiding van het peloton overgaan naar de volgende speler.

Aangepaste ploegen: alle speler kunnen overeenkomen om bijvoorbeeld in een vlakke rit met 3 rouleurs te rijden, of 2 rouleurs en eeen klimmer.

Kasseien: Elke beweging die op een kasseitegel start zal::
– alle renners die geen kasseispecialist zij zullen 1 vakje minder bewegen
– een renner verliest slipstream voordeel als de renner voor hem 5 gaat (7 bergaf, 6 op de randen van de kasseitegel)
– een renner riskeert een val als hij meer dan x vakjes binnen de kasseitegel (x van 1-3).

Gedurende de hele koers is elke gerolde 4 van het peloton (dus nie enkel de rode)een kan sop lekrijden. Bijkomend kunnen alle renners die geen kasseispecialist zijn ook lekrijden op een 2 of een 3.

In een vlakke koers kan een teal bestaan uit een rouleur met sprinteigenschap, een kasseispecialist en een helper.

Er zijn 2 manieren op kasseitegels te maken: in een vlakke koers kun je zwarte tegels als kasseitegels gebruiken Of je kunt de delen die zwarte vlekken hebben al kasseien over de volle breedte beschouwen  of je kunt natuurlijk tegels maken.

up0603

Hier is een voorbeeld van het parcours van Parijs-Roubaix

order      red            pieces use profile              mileag cumulated    km

1f*          1        I                                                  3         3         7.98
19f          2         I                                                8       11       29.26
13b**     3          I                                               6       17       45.22
14b         4          I                                               6       23       61.18
9b           5          I                                               6       29       77.14
11f          6         x – Quievy                                5       34       90.44
17b         7         I                                                4       38      101.08
10f          8        x – Haveluy                             5       43      114.38
5b           9        I                                                 3       46     122.36
7b          10        x – Trouée d’Arenberg          6        52     138.32
8b          11        I                                                 4        56     148.96
20b        12       x – Wallers – Hélesmes          5         61     162.26
2b          13       I                                                  5         66     175.56
18f         14      x – Mons-en-Pévèle                  7         3     194.18
12b        15       I                                                   4        77     204.84
6b          16       x – Camphin-en-Pévèle           3        80      212.8
3b          17        I                                                   4         4     223.44
4f           18       x – Le Carrefour de l’Arbre      4        88     234.08
21f         19       I – Roubaix Velodrome             9        97     258.02
20
21
total                                                                     97

1 mile = 2.66 “real” km
* – 1f is de voorzijde van deel 1 aangeduid op het blad “Leader 1″
** – 13b is de achterzijde van deel 16 aangeduid op het blad “Leader 1″
x – vlakke kasseistrook

up0604

Individuele tijdritten.  Elke renner moet de rit alleen afleggen alsof hij in een ontsnapping rijdt, maar zonder peloton. Elke renner heeft een beperkte tijd om de tijdrit te rijden (2-3 minuten) indien dat niet lukt, krijgt hij 1 beurt straf (1 vakje op het scorebord).

Het energieverlies wordt normal geteld, maar het aantal beurten moet geteld worden want dat bepaalt de uitslag. Hou ook het aantal vakjes dat de renner over de meet uitkwam in geval van gelijk aantal beurten Het aantal beurten wordt aangeduid op het scorebord, de counters worden 1 vakje per beurt verplaatst.

Ploegentijdritten Elke ploeg moet de rit alleen afleggen alsof hij in een ontsnapping rijdt, maar zonder peloton Elke ploeg heeft een beperkte tijd om de tijdrit te rijden (5-7 minuten) indien dat niet lukt, krijgt hij 1 beurt straf (1 vakje op het scorebord). Het energieverlies wordt normaal geteld, maar het aantal beurten moet geteld worden want dat bepaalt de uitslag. De tweede renner van de ploeg die over de meet komt bepaalt de tijd. De derde renner kan achterblijven, maar verliest dan wel tijd.

Hou ook het aantal vakjes dat de renner over de meet uitkwam in geval van gelijk aantal beurten Het aantal beurten wordt aangeduid op het scorebord, de counters worden 1 vakje per beurt verplaatst.

Andere klassementen in Ronden:

Bergkoning:

Categorie 1: 10/8/6/4/3/2/1 points.
Categorie 2: 6/4/3/2/1.
Category ie: 4/2/1.

Dit houdt ook de aankomsten bergop in. Indien een beklimming verschillende categorieën heeft, telt enkel die aan de doortocht op de top en tellen de punten voor de zwaarste categorie van de berg. Optioneel kan in grote wedstrijden de laatste beklimming dubbel punten opleveren.

Beste sprinter:

De punten aan de aankomst:

– bijna vlakke rit: 35/26/22/19/17/15/13/11/9/7/5/3/1 points for those outside the peloton,
– heuvelachtig: 25/20/16/14/12/10/8/6/4/2,
– bergen: 20/15/12/9/7/5/3/1,7

tijdritten: 15/10/6/4/2,

tussensprints – 6/4/2 points.

Ploegenklassement:  De som van het aantal beurten voor de eerste 2 renners van een ploeg.

Om echte wedstrijden weer te geven, kan je ze simuleren nadat ze in het echt zijn verreden.

De startenergie in een klassieker zal 80% zijn en zal verder afhangen van het resultaat in de echte koers: 1 bidon als de renner meereed, 2 bidons als hij het goed deed, 3 bidons als hij won.

Hetzelfde met de Ronden, maar elke rit 70% voor de renners de bovenvermelde bonussen 1 bidon in elke rit voor diegene met de recuperatie-eigenschap alles wat je overhield uit voorgaande ritten (met een maximum van 15 energiepunten zoals normaal).

Ook een 1 bidon als de wedstrijd plaatsvindt in het land van de renner, 2 pelotonpunten indien de wedstrijd plaatsvindt in het land van de ploeg.

Somigge ploegen kunnen “sterke” ploegen zijn, andere dan weer “klimmersploegen”

Voorbeeld: Stel je voor dat Contador de Vuelta 2009 wint. In je eigen Vuelta als je hem als ploegkapitein kiest, zal hij voor elke rit 70% energie krijgen 6bidons (omdat hij won 3, de recuperatie-eigenschap 1 heeft, Spaans is 1 en de kopman 1. Indien zijn ploegmaat Klöden niet meereed in de echte Vuelta, maar je kiest hem toch als klimmer en ploegkapitein zal hij voor elke rit 70% 1 bidon krijgen(kopman). Dat is dus niet zo slim om hem te nemen.

Alle bidons worden van de stapel getrokken en hebben 2-5 energiepunten, dit je geheim kan houden en kan inzetten wanneer je wil.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>