Tour de France

web1

Uitgever     :   MB –  Nederland
Jaar             :    1997
Maker         :   ?

Het spel wordt gespeeld op een bord van 47 x 47 cm. Elke speler beschikt over 3 renners en een strook op het parcours. De complete Tour bestaat uit 5 verschillende etappes (drie ritten in lijn, een ploegentijdrit en een individuele tijdrit), waarbij telkens punten te verdienen zijn voor de individuele renners en de ploeg. Wie de meeste punten scoort in het persoonlijke ploegenklassement wint het spel.  Geschikt voor 2-4 spelers.

Minolta DSC

De renners worden niet verplaatst met dobbelstenen, maar door middel van kaarten. De kleuren en cijfercombinaties op de kaarten geven aan welke renners hoeveel kunnen worden verplaatst. Het verplaatsen van de renners gaat ook volgens bepaalde regels (niet zigzaggen en er moet plaats zijn om voorbij te geraken, ed.). Er wordt gespeeld met een hand van 4 kaarten (bedekt voor de andere spelers) en bij het spelen van een kaart wordt een nieuwe getrokken.

Op het parcoursbord zijn vakjes met rode stippen, komt een renner op zo een vakje dan wordt er een risicokaart getrokken. De kaart kan blauw zijn en dan geeft ze een voordeel, maar ze kan ook rood zijn en dat behoort er pech bij.

Naast de gele trui voor de leider is er een ook klassement voor de groene trui (op basis van tussensprints). De puntenstand wordt bijgehouden aan de hand van een meegeleverd scorebord en versteekbare pennetjes.

sp0202

Minolta DSC

sp0204

Spelonderdelen:

  • 1 spelbord
  • 48 “course” kaarten, 4 sprintkaarten en 44 kaarten in 4 kleuren 20 “risque” kaarten in 2 kleuren
  • 14 wielrenners, waarvan 1 in Gele Trui, 1 in de Groene Trui en 12 renners in 4 verschillende kleuren
  • 16 pennetjes
  • 1 klassementsbord

Spelmechanisme :

Voorbereiding
1. Iedere speler kiest een kleur voor zijn ploeg en zet de drie renners van die kleur achter elkaar op de strook van diezelfde kleur, bij de start van de 1 e etappe (dus rode renners op de rode strook enz.). De renners met de gele en groene trui worden zolang naast het spelbord gezet. ”
2. Iedere speler neemt vier pennetjes.
3. De kaarten met “Risque” (= Risico) en “Course” (= Rit), worden op twee aparte stapeltjes gelegd, nadat ze goed zijn geschud. Maak uit wie de kaarten voor de eerste etappe geeft.

Bij volgende etappes moet steeds de speler links van de voorgaande de kaarten geven.

Er zijn bij deze Tour vijf etappes: drie klassieke (1 e, 3e, 5e), een ploegentijdrit (2e) en een persoonlijke tijdrit (4e).

1 e ETAPPE

1. Probeer hierbij als eerste de gehele ploeg over de finish te krijgen. De ploeg waarvan minstens twee renners bij de eerste drie horen krijgt ook nog een bonus. Een speler kan bovendien in het persoonlijke klassement ook punten behalen naar volgorde van binnenkomst of strijdlust van elk van zijn renners. Bekijk voor het bepalen van de juiste tactiek het puntenoverzicht in de doos.

2. De Ritkaarten (kaarten waarop “Course” staat)

a. Iedere speler krijgt vier “course” kaarten van de stapel, deze worden uitgedeeld met de tekst naar beneden. De overgebleven kaarten worden met de tekst naar
beneden naast het spelbord gelegd. De speler links van degene die de kaarten uitdeelt begint.

b. Iedere speler bekijkt zijn kaarten zonder ze aan de anderen te laten zien. Er zijn kaarten in vier verschillende kleuren: rood, blauw, oranje of wit. Op elk kaartje
staan drie cijfers, bijv. 1-1-1, 2-0-0 enz. Deze cijfers geven aan hoeveel vakjes de speler zijn eigen drie renners mag verplaatsen. Staat er op een kaartje 1-1-1, dan
betekent dit, dat alle drie de renners één vakje verder mogen, staat er 2-0-0 op dan mag maar één van de renners twee vakjes verder en blijven de andere twee op hun) plaats.

c. De speler kiest bij zijn beurt een kaartje dat hij op het spelbord legt waarna hij zijn renners, zoals aangegeven, verplaatst.

d. Wordt een kaartje gebruikt van dezelfde kleur als de eigen ploeg, dan mag één van de renners van die ploeg een vakje extra worden verplaatst. (Dit geldt niet voor de “sprint” kaartjes 3-2-1).

e. Als een speler een kaartje gebruikt heeft en zijn renners heeft verplaatst, legt hij  dat kaartje weg en moet hij een nieuw kaartje nemen, zodat hij er dus steeds vier
heeft.

3. Verplaatsen van de Renners

tfd04

a. Verplaats de renners naar keuze schuin of in een rechte lijn Een speler mag een van zijn renners niet schuin verplaatsen tussen twee renners door, die twee vakjes bezetten naast dat waarop zijn renner staat.
b. De renners mogen nooit terug of zijdelings verplaatst worden.

c. Als de renners niet het totaal, op het kaartje aangegeven, aantalvakjes verplaatst kunnen worden, moeten ze in ieder geval wel zo ver mogelijk worden verplaatst.
Kunnen de renners helemaal niet worden verplaatst, dan wordt een kaartje weggelegd en moet de speler een nieuw kaartje pakken, waarna hij die metéén weer moet gebruiken.

4. De Groene Trui
De renner die als eerste de groene lijn passeert, die de helft van de etappe aangeeft, wint de Groene Trui en krijgt de punten van het persoonlijke klassement (zie het
puntenoverzicht). De speler vervangt die renner dan door een groene, waarmee hij verder gaat tot de volgende groene lijn, waar een andere renner de Groene Trui kan winnen. Uitzondering: zie “Gele Trui” 9 c.

5. De Risicokaarten (kaarten waar “risque” op staat)

a. Iedere keer als een van Uw renners stopt op een vakje met een rode stip, moet U een risicokaartje nemen, tenzij U er al een in Uw bezit heeft of er net een hebt
weggespeeld bij die beurt. De blauwe risicokaartjes zijn voordelig, maar de rode kaartjes bezorgen U alleen maar moeilijkheden.

b. Leg het kaartje voor U neer zodat alle spelers het kunnen zien. U kunt het direct gebruiken of wat later in de loop van de etappe, afhankelijk van de instructies die er op staan.

c. Tenzij anders staat aangegeven, geldt het risicokaartje voor de renner die gestopt is op het vakje met de rode stip.

d. Heeft een blauw kaartje betrekking op een renner die de etappe al heeft uitgereden, dan kan daar geen voordeel meer mee worden behaald.

e. Zolang een speler een rood risicokaartje heeft, kan geen enkele renner van :r:ijn ploeg de finish passeren.

f. Als U het kaartje treft, waarop staat, dat U een zware val maakt, dan moeten alle  renners in de aangrenzende vakjes (ook schuin vóór of schuin achter) één beurt overslaan.

g. Als een renner een beurt moet overslaan dan draait de spelerhem om (achterstevoren) tot hij weer verder kan.

h. Als een risicokaartje gebruikt is wordt het met de tekst naar beneden onderop de stapel gelegd.

i. Het spel gaat zo verder. De spelers gebruiken om beurten hun “course”kaarten en verplaatsen hun renners. Zigzaggend proberen ze de tegenspelers de weg af te snijden en nemen ze risico’s.

6. Finish
Komen de renners uiteindelijk over de finish, dan worden ze op het dagklassementsoverzicht van de etappe geplaatst. De rit is afgelopen als één ploeg in zijn geheel op het overzicht staat

7. De Punten
De spelers houden ieder voor zich de behaalde punten in het – persoonlijke- en ploegenklassement bij. Gebruik daarvoor een pennetje om de eenheden aan te geven (links van de eerste verticale zwarte lijn) en een andere voor de tientallen (rechts van die lijn).
Bijv.: 12 punten geeft U aan door één pennetje in de 2 te steken en een andere in de 10, enz.).

8. De Gele Trui

a. De eerste renner die de eindstreep passeert wint de Gele Trui. Hij  wordt daarop vervangen door een gele renner voor de gehele volgende etappe.

b. Hierna wordt de Gele Trui steeds gegeven aan de renner, die aan het eind van iedere etappe het hoogste aantal punten heeft in het persoonlijke klassement

c. Als een renner met de Gele Trui bij volgende etappes als eerste de groene lijn passeert (en dus ook de Groene Trui wint), behoudt hij de Gele Trui, maar worden niettemin drie punten van de Groene Trui in het persoonlijke klassement meegeteld. In zo’n geval krijgt de tweede renner, die de groene lijn passeert de

Groene Trui, deze krijgt dan maar één punt in het persoonlijke klassement (zie klassementsbord).

2e ETAPPE: Ploegentijdrit

1 Uw ploeg moet hierbij proberen zo snel mogelijk de finish te passeren. De renners moeten tijdens de hele etappe hun baan houden en kunnen renners van de andere ploegen dus niet hinderen of passeren.

2 De risico(risque)kaar1jes en de Groene Trui worden bij deze etappe niet gebruikt. De rit(course)kaartjes wel. Tel de punten zoals bij de eerste etappe.

3 Is één ploeg in zijn geheel over de finish, dan gaan de andere spelers toch gewoon door om vast te stellen of eventueel andere ploegen in dezelfde tijd eindigen. Geef Uw score in het puntenklassement voor ploegen aan. De renners kun’1en bij deze etappe geen persoonlijke punten behalen.

3e ETAPPE

Deze wordt net zo gereden als de eerste.

4e ETAPPE: Persoonlijke tijdrit

1. Bij deze persoonlijke tijdrit laat iedere speler één lid van de ploeg rijden.

2. Doel is om het circuit zo snel mogelijk te rijden, d.w.z. door zo min mogelijk kaartjes te gebruiken.

3. Er vertrekken telkens twee renners, ieder houdt zijn baan. Zijn er maar drie spelers dan vertrekt de derde renner alleen, als de andere twee klaar zijn.

4. Zet de twee eerste renners naast elkaar in hun vertrekvakjes. Iedere speler krijg-., zonder ze te laten zien, tien rit(course) kaartjes. De risico(risque)kaartjes worden bij deze etappe niet gebruikt.

5. De twee spelers leggen tegelijkertijd een kaartje naar keuze op het spelbord. Ze verplaatsen hun renner het totaal van de drie cijfers op hun kaartje.
Bijv.: Speler A heeft “2-1-1″ en speler B “1-0-0″. A heeft vier punten en verplaatst zijn renner vier vakjes. B heeft maar één punt en zet zijn renner dus maar een plaats verder. Op de kleur van de kaartjes wordt bij deze etappe niet gelet.

6. Als de spelers geen kaartjes meer hebben krijgen ze tien andere en zo verder tot de twee renners de finish zijn gepasseerd.

7. Als alle spelers klaar zijn tellen ze hoeveel kaartjes gebruikt zijn. De speler, die de minste heeft gebruikt is winnaar en geeft zes punten aan in het Persoonlijke Klassement (zie puntenoverzicht). Bij gelijk aantal moeten de spelers nog een keer overspelen voor de beslissing.

5e ETAPPE

Deze wordt – gereden als de eerste.

Winnaar

De grote winnaar van de Tour is degene die het hoogste puntentotaal heeft (persoonlijke en ploegen samen).

Één commentaar

Laat een reactie achter bij Lefever heidi Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>