Stap Op

web01

Uitgever     :   Sio –  Nederland
Jaar             :    jaren 50?
Maker         :   C. de Ruiter ?

web03Kaartspel uitgebracht in de jaren 50 (?) door Sio (met ondertitel “het nieuwe fietsspel”), daarna opnieuw uitgebracht door Goliath games (in 2003?) met ondertitel “Het nostalgische fietsspel”).

Het spel bevat 99 kaarten. Bij de ouder verse zijn de kaarten iets groter ( 6 x 9 cm )dan bij de nieuwe ( 5 x 8 cm) De kaarten hebben hun eigen betekenis van kaarten die een afgelegde afstand bepalen tot pech kaarten (lekke band, tegenwind, … ) of bonuskaarten (wind mee, slagbomen gaan open,….).

Het is een wedstrijd omdat het de bedoeling is om als eerste 100 km af te leggen. Wel geen wielerwedstrijd in de echte zin van het woord maar het decor is een fietstocht van jongens die als eerste de 100 km trachten rond te maken (zie het als het naspelen van een wedstrijd door kinderen- hebben we vroeger niet zelf op ons klein fietsjes als is gedacht dat we Eddy Merckx of andere waren?).

Je wint door de goeie combinatie van afstandskaarten af te leggen, wat een grote geluksfactor in zich heeft, maar er is ook een dosis tactiek in het spel omdat je tegenstander kunt hinderen door pestkaarten.

Minolta DSC

sp2902

Spelregels:

STAP OP is een gezelfschapsspel, waarbij de spelers in clubjes of alleen een viertal fietstochten
van tezamen 100 km maken. Zij trachten niet alleen zo spoedig mogelijk hun 100 km af te leggen
en de moeilijkheden te overwinnen, maar proberen tegelijkertijd hun tegenspelers in hun
voortgang te belemmeren.

De tochten moeten als volgt worden gereden:

• 8×5 km (40km) naar de bossen
• 4×6 km (24km) naar de hei
• 2x 8 km (16km) naar de plassen
Het spel bevat de verschillende soorten kaarten.

• STAP OP kaarten om te beginnen
• BELEMMERINGSKAARTEN (gesloten overwegen en lekke band) die gevolgd moeten
worden, eerst door een kaart die de moeilijkheid overwint (bomen open, rijwielhelsteller),
en dan nog een STAP OP kaart, waarna verder aan de tocht kan worden deelgenomen.
• RUST-KAART (jeugdherberg), die door een STAP OP kaart gevolgd moet worden om
verder te kunnen rijden
• WIND-KAARTEN (tegenwind, wind mee), die maakt dat men alleen de kortere afstand
(5,6) kan afleggen, eerst als men weer WIND MEE heeft mag men weer de grotere
afstanden 8 en 10 km fietsen.
• KM-kaarten voor de verchillende tochten

Het spel bestaat uit 99 kaarten en wel:

• 14 Stap-Op
• 4 Tegenwind
• 5 Wind Mee
• 3 Gesloten Overweg
• 8 Bomen Gaan Open
• 3 Lekke Band
• 8 Rijwielhersteller
• 2 Jeugdherberg
• 24 x 5km
• 12 x 6 km
• 8 x 8 km
• 8 x 8 km.

EN NU OP WEG

De kaarten worden eerst goed geschud. Iedere speler trekt een kaart, wie het eerste een STAP OP kaart heeft, mag geven. Trekken meerdere speler een STOP kaart, dan trekken zij opnieuw tot dat er een overblijft. De gever geeft linksom ieder 5 kaarten, een voor een en legt de andere kaarten dicht in het midden op de tafel: “De Stok”.

• Met 2 of 3 spelers speelt ieder voor zich.
• Met 4 spelers spelen 1 en 3 tegen 2 en 4.

• Met 5 speleres spelen 1 en 3 tegen 2 en 4, terwijl 5 alleen speelt.
• Met 6 spelers spelen 1 met 4 tegen 2 en 5, en 3 met 6, of, 1, 3 en 5 tegen 2, 4 en 6
Elke speler heeft 5 kaarten in de hand en linksom gaande speelt nu elk om de beurt, eerst een kaart nemen en daarn een kaart wegleggen. Dit wegleggen kan op 3 manieren gebeuren:

1. bij de eigen partij
2. bij de tegenpartij
3. open op naast de stok.

Ieder partij moet eerst een STAP OP kaart spelen om daarna KM kaarten te kunnen uitleggen en zodoende de verschillende tochten te rijden. De partijen leggen hiertoe bij het spelen voor een van hen een STAP OP kaart neer en rechts daarvan komen de kaarten resp. 5,6,8 en 10 km. De KM kaarten kunnen in ieder gewenste volgorde worden uitgespeeld. Het is niet hodig eerst alle kaarten van een tocht te spelen. Een speler kan op zijn beurt op de STAP OP kaarten van de tegenpartij een van de drie belemmeringskaart leggen:

• GESLOTEN OVERWEG, LEKKE BAND of JEUGDHERBERG.
Deze kaarten mogen alleen op de STAP OP kaart gelegd worden. In beide eerste
gevallen moet die kaart eerst bedekt worden met een kaart BOMEN OPEN of
• RIJWIELHERSTELLER en daarna door een STAP OP kaart, om weer aan de fietstocht
te kunnen meedoen, dit kost dus tenminste twee beurten.
• Bij de JEUGDHERBERG kan men verder fietsen na het spelen van een STAP OP kaart.
• Wil men de grotere afstanden (8 en 10 km) afleggen, dan moet men WIND MEE hebben,
en hiervoor links van de STAP OP kaart een WIND MEE kaart leggen.
• Legt men bij de tegenpartij hierop een TEGENWIND kaart, dan moet die eerst weer met
een WIND MEE kaart worden bedekt, voor de 8 en 10 km tochten.
Voorbeeld: wie WIND MEE heeft kan alle afstanden afleggen.

Is de ‘De Stok’ geheel opgebruikt, dan worden de kaarten van de eerste twee stapeltjes van
iedere speler (WIND MEE, WIND TEGEN, STAP OP, etc.) behalve de bovenste kaart daarvan,
weggenomen en weer zorgvuldig geschud. Zij vormen de nieuwe STOK.

Linksom gaande neemt dus iedere speler een kaart van ‘De Stok’ en heeft er dan dus 6, met
iedere kaart van deze 6 kan hij spelen als volgt. Hij fietst zelf, of overwint de moeilijkheden op de tocht ondervonden, of legt moeilijkheden op de weg van zijn tegenpartij, of legt een of andere kaart op de ‘AFLEGKAARTEN’ naast ‘De Stok’

In iedere beurt mag maar een kaart worden gespeeld. Na afloop van de beurt heeft men dus
weer 5 kaarten in de hand. De partij die het eerst de omschreven tochten heeft afgelegd, wint het spel. In het volgende spel geeft de linker buurman van de gever uit het vorige spel.

Winnaar

De winnende partij noteert het aantal km dat de andere partij is achtergebleven als winst. Bij 3 partijen noteert iedere partij de achterstand aan het eind van de tocht als eigen verlies .

Één commentaar

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>