Le jeu du Tour de France Spirou

web01

Uitgever     :   Dupuis –  België
Jaar             :    1960
Maker         :   ?

Spel over de Ronde van Frankrijk van 1960. Uitgebracht door uitgeverij Dupuis te België in Spirou magazines : nummer 1158 van 23 juni 1960, nummer 1159 van 30 juni 1960, nummer 1160 van 7 juli 1960 en nummer 1161 van 14 juli 1960. De strip-weekbladen hebben een afmeting van 21 x 29 cm.

Minolta DSC

Het spel wordt gespeeld met 12 uit te snijden rennertjes (2 tot 12 speler) en 1 of 2 dobbelstenen, afhankelijk van de rit. Elke rit van de echte ronde wordt gespeeld. Het hele spel is gebaseerd op dobbelsteenlogica maar per rit worden er wat andere regeltjes ingebouwd zodat elke rit toch een beetje anders is. Er is een gemeenschappelijk speelbord van 80 vakjes. Het einde van elke rit wordt gespeeld op een aansluitend, korter gedeelte waar de speciale regels van de dag gelden. Voor tijdritten worden er bij pech praktische proefjes ingelast die de speler tegen tijd moet uitvoeren (de tijdrit wordt dan ook echt gechronometreerd.

Het is de bedoeling dat de rit gespeeld wordt na de overeenkomstige rit in de echte Ronde. Wie speelt met de ploeg die de ritwinnaar, of de gele trui, of het ploegen(dag)klassement in de echte Ronde die dag gewonnen heeft, krijgt bonusmogelijkheden in de rit. Per dag zijn er punten te verdienen die op een apart rooster worden genoteerd en zo tot een eindklassement leiden.

Minolta DSC

sp3803

 

sp3804

sp3805

sp3806

sp3807

Spelregels :

Zoals we beloofd hebben hier een origineel spel dat gaat toelaten aan u en uw vrienden
om de Tor De France mee te beleven gedurende de 22 dagen van de echte Tour. Door,
een verwoede strijd te leveren op het einde van elk van de 21 ritten, met de ontknoping
van de grootste wielerwedstrijd van de wereld. Spirou wens je uren plezier.

Uw Tour de France is een spel waarbij u met uw medespeler de dagelijkse ritten betwist. U kunt
het spelen met 2, met 3, 4, 5, 6 of zelfs meer spelers.
Indien u met 2 speelt , neemt iedereen 6 renners, met 3 neemt ieder 4 renner, met 4 neemt ieder
3 renners, met 5 hebben 2 spelers 2 renners de anderen 3, met 6 ieder 2 renners. Indien je met
meer dan 6 bent, probeer dan met 12 te spelen, dan heeft iedereen 1 renner. Met 4 of 6
deelnemers wordt het spel optimaal gespeeld.

Haal de middenpagina uit het tijdschrift en knip de renners los. U kunt de renners ook vervangen
door pionnetjes of jetons die genummerd zijn van 1 tot 12. U moet ook 2 dobbelstenen hebben.
>En ten slotte, wat onontbeerlijk is, moet je het resultaat van de echte rit die dag in de Tour bij u
hebben. U kunt dus het spel pas spelen als de resultaten van de echte Tour gekend zijn.
Indien u dit alles hebt, bent u klaar voor een boeiend spel dat 21 dagen gaat duren plus een
rustdag.

Belangrijk:

De renner met nummer 1 vertegenwoordigd Frankrijk
De renner met nummer 2 vertegenwoordigd België
De renner met nummer 3 vertegenwoordigd Italië
De renner met nummer 4 vertegenwoordigd Spanje
De renner met nummer 5 vertegenwoordigd Nederland-Luxemburg
De renner met nummer 6 vertegenwoordigd Zwitserland
De renner met nummer 7 vertegenwoordigd Duitsland
De renner met nummer 8 vertegenwoordigd Engeland
De renner met nummer 9 vertegenwoordigd Internationalen
De renner met nummer 10 vertegenwoordigd Parijs-Nord-Est
De renner met nummer 11 vertegenwoordigd Centre-Midi
De renner met nummer 12 vertegenwoordigd Sud-Est en l’Ouest-Sud-Est

Voor de start verdeelt u de renners door lottrekking, één enkel keer voor alles.

De koers

Alle dagen wordt er een rit gereden (met uitzondering van de rustdag op 9 juli) die gaat over 100
vakjes . Alle dagen start u met het parcours op het grote speelbord van 80 vakjes (het
gemeenschappelijk deel van het parcours). Maar elke dag past u de aankomst aan door het
parcours van 20 vakjes erachter te rijden dat overeenkomt met de rit van de dag (de
aankomstvake zijn genummerd van 81 tot 100).
Het reglement voor het eerste , gemeenschappelijk deel is ook alle dagen gelijk, maar er is telkens
een aangepast reglement voor elke aankomst.

Een renner komt op een bezet vakje, 10 vakjes terug!

Elke keer wanneer een renner op een vakje komt waar reeds een renner staat moet die 10 vakjes
achteruit (achter het vakje waar hij zou terechtkomen). Dit zowel in het gemeenschappelijk deel
van het bord als in de aankomstzone.

Twee dobbelstenen: kies de beste !

Op het gemeenschappelijke parcours gooi je steeds met 2 dobbelstenen en kies je welke
dobbelsteenworp voor jou het beste is. Op die manier kun je “intelligent” rijden. Het reglement van het aankomstbord bepaalt of je met 1 dobbelsteen of 2 dobbelstenen goot in de
aankomstzone.

Witte vakjes: 10 vakjes achteruit !

Er zijn op het gemeenschappelijk bord 6 witte vakjes (nrs. 42, 44, 58 ,62, 73 en 79). De renner
die op één van deze vakjes komt moet 10 vakjes achteruit.

Rode vakjes : sla 2 beurten over !

Er zijn 12 rode vakjes op het gemeenschappelijke bord (nrs. 17, 23, 25, 33, 41, 48, 53, 54, 56, 67,
71 en 74). Een renner die daar op komt, moet 2 beurten overslaan.

Voordelen: gebruik ze op het goede moment !

In het gemeenschappelijk deel kunnen bepaalde renners één enkele keer, en dat op het moment
dat voor hen het meest geschikt is, gebruik maken van een speciaal voordeel. Een renner die reeds
entamé zijn aankomst kan dus niet meer genieten van een voordeel of het slachtoffer worden van
het voordeel van een andere speler.

Ziehier de voordelen:

De ploeg heeft de etappe gewonnen in de echte Tour.
De renner van, de ploeg die het ploegenklassement van de rit in de echte Tour heeft gewonnen
mag ten allen tijde, éénmalig 10 vakjes extra zetten, behalve in het vertrek.

De winnaar van de etappe in de echte Tour
De speler die met de ploeg speelt die in de echte Tour de etappewinnaar in zijn rangen had, mag
ten allen tijd, éénmalig, een andere renner naar keuze 6 vakjes achteruit zetten.

De ploeg die in het klassement van de echte Tour het ploegnklassement aanvoert.
De speler die met de ploeg speelt die in de echte Tour het ploegenklassement aanvoert mag ten
allen tijd, éénmalig, een renner 10 vakjes achteruitschuiven die staat op een vakje waarop hij gaat
terechtkomt (dus ipv dat hijzelf 10 vakjes achteruit zou gaan).

De gele truidrager in de echte Tour.
De speler die met de ploeg speelt die de gele truidrager van de echte Tour in zijn rangen heeft,
mag 1 keer het op een rood vakje komen negeren (hoeft dus 1 keer geen 21 beurten over te
slaan)…

Denk eraan dat al die voordelen slechts 1 keer gebruikt mogen worden en dit enkel in het
gemeenschappelijke deel van het parcours. Eenzelfde renner mag natuurlijk wel meerder
voorwaarden cumuleren.

Volgorde bij de start

De startvolgorde wordt elke rit bepaald in functie van de volgorde van het klassement van het spel.
De laatste gaat hierbij eerst (omgekeerde volgorde). Indien bij de eerste halve etappe een gelijke
stand is, wordt er met de dobbelsteen geworpen.

De bezemwagen

Elke rit, wanneer de eerste renner het vakje met nummer 50 passeert zet de bezemwagen zich in
gang. Zet hiervoor een pionnetje op de startlijn en op het einde van elke beurt schuift dat 3 vakjes
op. Alle hindernissen van het parcours worden hierbij genegeerd. Renners die door de bezemwagen
worden ingelopen moeten de rit opgeven. De eerste opgever wordt dus laatset in de rit, de tweede
opgever voorlaatset enzovoort. Ze mogen wel terug starten in de volgende rit.
In de tijdritten en de 7de etappe Lorient-Angers is er geen bezemwagen.

De puntenverdeling

Schrijft op het einde van de rit de punten op het meegeleverde rooster. De winnaar krijgt 12
punten, de 2de 10 punten, de 3de 9, tot de 11de die nog 1 punt krijgt. De laatset renner heeft geen
punten.

De 4 eerste etappes

Zondag 26 juni : Lille – Brussel

Deze eerste halve rit wordt enkel op het gemeenschappelijke bord gespeeld. De aankomst is op
vakje 80 en exact op vakje 80. Zoals bij ene ganzenbord moet de overschot van het gegooide
aantal teruggeteld worden (dus exact aankomen op 80).

Zondag 26 juni : Tijdrit

De resultaten van de echte ronde tellen hier niet mee. U moet echt spoelen tegen de chrono, dus
er moet iemand van de medespelers de tijd kunnen opnemen. Het parcours wordt individueel
afgelegd. Men gooit met 1 dobbelsteen en vertrekt vanaf het vakje 80. Er zijn 5 soorten
hindernissen: chute (valpartij) , crevaison (lekke band), soif (dorst), coup de pompe (inzinking)
en crampe (krampen).
Indien je een valpartij maakt moet u 6 keer rond de tafel lopen voordat u de tijdrit voortzet.
Indien u lekrijdt, vormt u met alle lucifers uit een luciferdoosje X’en, twee per twee.
Indien u dorst hebt, moet u met succes een muntstuk in een bakje gooien dat op 6 voet van u af
staat.
Indien u een inzinking hebt, moet u de dobbelsteen met uw neus van de ene kant , diagonaal, naar
de andere kant van de tafel duwen.
En in geval van krampen, moet u tweemaal 6 gooien voor u verder mag spelen. U moet niet exact
op het vakje 100 uitkomen, de tijd stopt bij het overschrijden van de aankomst.

Maandag 27 juni : Brussel – Duinkerekn

Na het gemeenschappelijke deel van het parcours gevolgd te hebben komt u op de kasseien van de
Hel van het Noorden. Op het speelbord staan de kasseien afgebeeld. Om vooruit te komen moet
het aantal ogen exact overeenkomen met het aantal kasseien dat afgebeeld staat op het vakje (er
wordt gegooid met 2 dobbelstenen). Het is niet nodig om juist op het vakje 100 uit te komen.

Dinsdag 28 juni : Duinkerken – Dieppe

Na het gemeenschappelijk deel mag hier slechts met 1 dobbelsteen geworpen worden. In uw beurt
moet u 2 getallen zeggen waarvan de soms maximaal 7 is. Indien u één van deze getallen gooit,
mag u de renner verzetten, anders moet u de beurt overslaan. Ook hier is het niet nodig om juist
op het vakje 100 uit te komen.

Woensdag 29 juni : Dieppe – Caen

Na het algemeen del komt u direct op de wielerbaan van Caen. Hier is slechts 1 enkele regel:
indien u niet exact op het vakje 100 uitkomt moet u verdergaan en een extra ronde afleggen. Veel
speelplezier.

 De 7 etappes van de tweede week
Donderdag 30 juni : Caen – Saint-Malo

Vanaf u het gemeenschappelijk deel verlaat en op het aankomstbord komt, mag u maar met 1
dobbelsteen gooien. Het parcours bevat verschillende dikke zwarte strepen tussen de vakjes. Om
over één of meerder van die zwarte strepen te kunnen springen, moet u op het vakje voor zo een
streep staan. Met andere woorden, indien u op een onpaar vakje terecht komt moet u in een
volgende beurt eerst een 1 gooien om verder te kunnen. Het is niet nodig om exact op 100 uit te
komen.

Vrijdag 1 juli : Saint-Malo – Lorient

Let hierbij goed op; bij elke beurt mag de laatste renner in de wedstrijd een willekeurige renner die
voor hem staat evenveel vakjes achteruitzetten als hij gegooid heeft, zonder daarbij zelf vooruit te
gaan. Er wordt hierbij met 1 dobbelsteen gegooid en het is niet nodig om exact op 1 uit te komen.

Zaterdag 2 juli : Lorient – Angers

Vandaag rijden we de langste rit. Hierbij dient het gemeenschappelijke gedeelte tweemaal afgelegd
te worden. Op het einde van de 2de ronde wordt er gewoon verder gespeeld op het aankomstbord.
Gooien met 2 dobbelstenen er één uitkiezen en het is niet nodig exact op 100 uit te komen.

Zondag 3 juli : Angers – Limoges

Het is vandaag de dag van de tweesprongen. Vanaf het aankomstbord wordt er ook hier gespeeld
met 1 dobbelsteen. Indien u niet exact op de vakjes die een pijl bevatten komt (maar er over gaat)
, dan dient u de richting van de pijl te volgen. Aan de aankomst moet u niet exact op 100
uitkomen.

Maandag 4 juli : Limoges – Bordeaux

Slechts 1 regel : kom exact aan op vakje 100, er wordt met 2 dobbelstenen gegooid. Als je voorbij
het vakje 100 gaat moet je terug aan de start van het aankomstbord beginnen.

Dinsdag 5 juli : Mont-de-Marsan – Pau

Verberg met uw renner het vakje waar u zicht echt bevindt. De dubbele vakjes hebben tot doel om
veelvuldige hergroeperingen uit te lokken, en bijgevolg, volgens de algemene regels een perfecte
opstopping aan de aankomstlijn. Het is niet nodig exact op vakje 100 uit te komen

Woensdag 6 juli : Pau – Luchon

Diegene die als eerste op de top van de Tourmalet, de Aspin en de Peyresourde komt moet boven
wachten tot de 2de hem ingehaald heeft en mag dan verder. Het is niet nodig om op 100 uit te
komen.

Engelse week in Millau

Donderdag 7 juli : Pau – Toulouse

80 vakjes met de buik over de grond. Er zijn van die etappen waar alles tegengaat . Dit is vandaag
het geval. De rit gaat enkel over het gemeenschappelijke deel van het parcours, zonder
bezemwagen en met slechts 1 dobbelsteen. Ook geen speciale regels. Met andere woorden meerdere renners mogen op eenzelfde vakje staan en de hindernissen (witte en rode vakjes) tellen
ook niet mee. De eerste die voorbij de 80 komt is de winnaar.

Vrijdag 8 juli : Toulouse – Milau

Vandaag gaan we misschien één of meer opgaven noteren. We wensen u het niet toe, maar in een
wedstrijd kan er vanalles gebeuren, ook opgaven. Op het aankomstbord wordt verder gespeeld
met 2 dobbelstenen. U moet proberen de vakjes 85 en 97 te vermijden, komt u hier op dan moet
de renner de wedstrijd verlaten en is het spel voor hem gedaan. Het risico is minimaal, maar let
toch maar goed op ! Indien u op de vakjes 91 en 92 komt, dient u opnieuw te starten aan het
begin van het aankomstbord. In deze rit is er geen bezemwagen en moet er niet exact op vakje
100 worden uitgekomen.

Zaterdag 9 juli : Rustdag in Millau

Zondag 10 juli : Milau – Avignon

Het is geen brug die aan de aankomst wacht, maar wel 6 bruggen. Een voorbeeld: u bevindt zich
op het vakje 80 van het gemeenschappelijke bord. U werpt een 1 en een 2. U kiest voor de 2. U
gaat dus naar vakje 82. In de volgende beurt gooit u 4 en 5. U kiest 54. Uw traject wordt dan 83,
A, B, A, 83. De 2 vakjes van elke brug dien gewoon om het traject naar de aankomst te verlengen
en het risico te vergroten dat een enner een ander inhaalt (op eenzelfde vakje terechtkomt). Het is
niet nodig om exact op het vakje 100 uit te komen en de bezemwagen volgt niet het op het
aankomstbord.

Maandag 11 juli : Avignon – Gap

Wie vooruitgaat, gaat achteruit! Op het aankomstbord wordt weer met 2 dobbelstenen gegooid.
Indien de som van de 2 dobbelstenen een onpaar getal is mag u er 1 uitkiezen en vooruitgaan, is
de som een paar getal, kiest u er een uit en gaat achteruit. Het is niet nodig om exact op vakje
100 uit te komen.

Dinsdag 12 juli : Gap – Briançon

Hier gaat u op het aankomstbord met slecht 1 dobbelsteen werpen. U mag zo dikwijls gooien als u
wil, maar telkens wordt het aantal ogen opgeteld. Maar het totaal mag nooit 10 overschrijden. U
gat evenveel vakje vooruit als u met de dobbelsteen geworpen hebt. Indien het totaal meer dan 10
is, moet u 10 vakjes terug. Voorbeeld: u gooit 6, 1 en 2 (is samen 9), dus u mag 3 vakjes vooruit.
U gooit 6, 1 en 4 (som is 11) , u gaat 10 vakjes achteruit. Het si ook hier niet nodig om exact op
vakje 100 uit te komen.

Woensdag 13 juli : Briançon – Aix-les-Bains

Alle renners op het aankomstbord zijn afhankelijk van de laatste renner van de dag, van de rode
lantaarn. Deze rode lantaarn mag alvorens de anderen spelen , de 2 uit te knippen hindernissen
ergens voor hen uit op het traject zetten. Elke keer als er een renner op een vakje komt dat
voorzien is van zo een “vliegend” obstakel, moet hij 10 vakjes terug en een beurt overslaan. De
aankomstzone wordt steeds met 2 dobbelsteen gespeeld. Er er moet niet exact op vakje 100
worden aangekomen.

De laatste 4 aankomsten

Donderdag 14 juli : Aix-les-Bains – Thonon

Nationale feestdag in Frankrijk! Wat kunnen we anders doen op deze verjaardag van de
bestorming van de Bastille dan u een boekte lampions aanbieden? Van zodra dat u vakje 80 van het gemeenschappelijke parcours voorbij bent, gaat u op lampion A staan. Met elke zet mag u
alleen maar op een aangrenzende lampion komen., voor zover die met een draad verbonden is. En
om op de aangrenzende lampion te komen moet er minstens 1 van de 2 gegooide dobbelstenen dit
mogelijk maken. Indien dit niet zo is, moet u blijven staan;
Voorbeeld/ u staat op vakje 90, de punten 1, 4 en 65 brengen u niks op. Bovendien is het nodig
om exact op vakje 100 uit te komen.
De bezemwagen volt de grote lijn.

Vrijdag 15 juli : Pontarlier – Besançon

Tijdrit ! Deze tweede etappe tegen de tijd wordt net zoals de eerste echt tegen de tijd gespeeld.
Dus weer 2én per één op de baan en iemand van de medespelers die de tijd opneemt. Er wordt
gespeeld met 1 dobbelsteen op het gemeenschappelijke parcoursbord.
Wanneer u op een wit vakje terecht komt moet u 3 maal , zonder fouten, de zin “Un chasseur
sachant chasser sans son chien est un bon chasseur”, uw medespelers mogen u aan het lachen
brengen. Waneer u op een rood vakje komt, moet u een flesje water vullen met water dat u
ophaalt uit een emmer die op 10 meter afstand staat, het water vervoert u in de mond. Ook hier
mogen uw tegenstanders u doen lachen. Ten slotte, indien u niet op vakje 80 komt gaat u de meet
voorbij en moet u herbeginnen.

Zaterdag 16 juli : Besançon – Troyes

Het einde is nabij. Dit aankomstbord wordt gespeeld met 1 dobbelsteen. Indien u op een wit vakje
komt, worden alle witte vakjes die erna komen voor u verboden bij de volgende beurt. Dit geldt
hetzelfde voor de grijze en zwarte vakjes. Het is niet nodig om exact op het vakje 100 uit te
komen. U mag het dus overschrijden.

Zondag 17 juli : Troyes – Paris

Aankomst in het Prinsenpark. Het aankomstbord is hetzelfde als dat van de vorige rit. Hier wordt
gegooid met slechts 1 dobbelsteen en er geldt maar 1 regel: u moet exact op het vakje 100
uitkomen. Voor alles dat u teveel gooit, moet u vakjes terug achteruit zetten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>