TSA campagne 2017 – de klassiekers

Na een 7-tal jaar een Tour als campagne te hebben was er dit jaar de goesting om is alle beroemde klassiekers te rijden. Geen stress om de gele, groene of andere trui, maar een gooi doen naar die ene mythische zege ! Dus terug naar de oude Wereldbeker

 

WB trui

De Wereldbeker was een competitie van 1988 tot 2004 waarin 10 klassiekers werden opgenomen.   We rijden 8 van de 10.  De leider droeg in elke wedstrijd een leiderstui.

  • Milaan-San Remo
  • Ronde van Vlaanderen
  • Parijs-Roubaix
  • Amstel Goldrace
  • Luik-Bastenaken-Luik
  • Classica San Sebastian
  • Parijs-Tours
  • Ronde van Lombardije

 

HEW Classic (Hamburg) en Kampionschap van Zurich (bestaat ondertussen  niet meer) laten we vallen.

Voor aanvang van de eerste rit zullen de 8 parcoursen door de koersdirectie ter beschikking worden gesteld zodat tijdig kan nagedacht worden over de samenstelling van de ploeg en waar de renners kunnen rijden.

 

 Ploegen :

6 ploegen van 5 renners .   In elke wedstrijd komen 3 renners per ploeg in actie.
1 neutrale ploeg

Enkele voorwaarden voor de ploegopstelling :

  • Een renner mag in maximum 5 van de 8 klassiekers starten
  • De rol die een renner vervult mag variëren per koers
  • Elke rol moet over de 8 koersen minstens 3 keer voorkomen
  • Indien een renner 5 keer wordt opgesteld moet dat minstens in 2 rollen zijn

Een voorbeeld:

WB voorbeeld

 

PS: Er zijn 8 koersen met 3 plaatsen , dus 24 slots.   Met 5 renners in de ploeg kunnen 4 renners 5 koersen rijen en 1 renner 4.   Er was het  idee van 6 renners per ploeg, maar dan kan je toch perfect met 5 van de 6 rijden. Een regel  dat een renner minstens  2 koersen moet rijden gaat iets teveel voordeel geven aan de (kop)mannen die 5 koersen rijden.

De ploegleider moet zijn ploeg pas aan de start van een rit bekendmaken. De koersdirectie  zal  de toepassing van de regel nakijken  (streng bewaken J).

Het bekendmaken van de startende renners gebeurt door alle ploegleiders gelijktijdig. (er worden invulbriefjes voorzien die voor de start worden uitgedeeld)

Spelregels :

Als basis Flandrien 1.4.  Er zijn een aantal afwijking die verder vermeld zijn

 

Klimmers :

Op de heuvels van de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Goldrace hebben de klimmers geen +1 op de 1ste en BC beklimmingen.

In de Ronde van Vlaanderen en de Amstel Goldrace wordt de klimprioriteit tussen klimmer en kopman omgedraaid !!

 

 Krachtkaarten:

Dit volgens de nieuwe regels . De volledige set bestaat  uit 28 krachtkaarten:  7 per type renner.
In de klassiekers gaan we rijden met 14 kaarten.   Dus 14 kaarten in te leveren.

Gebruik :

– Om tempo te  rijden speel je 1 krachtkaart en gooi je 1 dobbelsteen.
– Om hoog tempo te rijden speel je 2 krachtkaarten, gooi je 2 dobbelstenen en pak je de hoogste gegooide waarde.
– Om te demarreren gooi je 2 dobbelstenen en vervang je 1 dobbelsteen achteraf door 2 krachtkaarten (en uiteraard telt de laagste waarde) . (zie 2.6).

Het is toegelaten om een krachtkaart te spelen, een dobbelsteen te rollen en deze te vervangen om te demarreren, maar dat kost in totaal 3 krachtkaarten.

Om een demarrage te counteren heb je ook krachtkaarten nodig.  Dit kost 2 krachtkaarten.

Als geheugensteuntje:  een enkele krachtkaart werkt naar analogie met de vroegere ploegkaart, alleen  is die nu gebonden aan de kleur van de renner. De vroeger individuele krachtkaart staat gelijk aan 2 krachtkaarten nu (demarrage / counteren)

 

Recupereren :

Ook dit is en nieuwe regel:

– 1 beurt stilstaan en 2 krachtkaarten terugkrijgen (die gespeeld zijn)
– of met 1 dobbelsteen vooruit gaan en 1 krachtkaart terugkrijgen

Kaarten die gerecupereerd worden tellen nooit mee voor de bepaling van de niet-gespeelde krachtkaarten aan het eind van het spel (dus je kan niet stilstaan om  daardoor geld te verdienen).

 

Treintjes :

Ook een nieuwe regel:  2 ploegmaten in bij mekaar in het wiel rijden  geven een +1 op de worp.

 

Pieken :

Elke renner mag gedurende de Wereldbeker 1 keer “pieken” . Dit moet voor de start worden gezegd. Het pieken geeft een +1 op de worp gedurende de gehele koers.   Deze +1 is niet cummuleerbaar met de +1 van de treintjes.

Het pieken telt ook in de rol bij het sprinten !

 

Sprinten :

Op  het einde van een klassieker  zitten de renners er meestal compleet door en  zijn het niet per se de sprinters die steeds de bovenhand gaan halen.
Sprinters blijven in de sprint met 2 dobbelstenen rollen, maar elke andere renner kan ook met 2 dobbelstenen sprinten als hij nog een krachtkaart gebruikt.

In de sprint kan er gedemarreerd worden. Dat wil zeggen dat na het rollen 1 dobbelsteen kan vervangen worden door 2 krachtkaarten (waarvan de laagste waarde telt).

 

Bezemwagen :

Er is een bezemwagen in koers.  Op het einde van de tweede beurt wordt de bezemwagen opgesteld achter de laatste renner met 10 vakjes tussen.    Na de rol van het peloton wordt er voor de bezemwagen gerold:  bij  onpaar gaat hij 7 vooruit, bij paar 8.   Bergop op asfalt gaat hij 4 vakjes, bergop op kasseien 3 vakjes en op vlakke kasseien  5 of 6 (dus een min 2).

Als de bezemwagen naast de renner komt is die uit koers. Vanaf dat de zevende renner uit koers zou gaan  besluit de koersdirectie de overblijvers vrij te stellen van tijdslimiet (dus gaat de bezemwagen uit koers). Indien , in het uitzonderlijke geval, nog renners naast de zevende renner staan als die uit koers gaat, gaan die er ook uit.

 

Bergrop op kasseien (Ronde van Vlaanderen):

Er worden aangepaste baandelen gebruikt. De minus wordt gecombineerd met de halvering. De minus op een vakje gaat van 0 tot 2.

 

Kasseien in het bos van Wallers (Parijs-Roubaix):

Deze kasseien liggen er zo slecht bij dat er niet kan worden gevolgd !

 

De sprinters in Parijs-Tours :

Omdat de sprinters toch is en keertje aan het feest mogen is de aangepaste sprintregel niet van kracht hier. Dus de gewone regel : sprinters met 2 dobbelstenen  en de rest niet en er mag 1 dobbelsteen vervangen worden door een kaart in de sprint.

Het is dus aan de aanvallers om er een stokje voor te steken..

 

De neutralen:

De neutrale ploeg bestaat ook uit 5 renners waarvan er 3 meerijden.

Ze komen in alle klassementen voor.

 

Startopstelling :

Er wordt een startbord voorzien voor 21 renners.  3 rijen van 5 , 1 van 4 en 1 van 3. Ploegen genummerd van 1 tot 7.  Volgens ploegenklassement wordt opgesteld op nummer  naar keuze (beurt passen niet toegelaten).  Neutralen worden ook volgens dit ploegenklassement opgesteld (indien meerdere vakjes beschikbaar wordt er gerold).

 

Puntenverdeling:

Het peloton bestaat uit 21 renners. De punten zijn aan de aankomst als volgt te verdelen:

50, 40, 35, 30, 27, 24, 22, 20, 18, 16, 14, 12, 10, 8, 7, 6, 5, 4, 3, 2, 1

In de echte wereldbeker was de puntentelling in de laatste jaren als volgt: De winnaar van elke wedstrijd kreeg 100 punten, de nummers 2 tot 10 respectievelijk 70, 50, 40, 36, 32, 28, 24, 20, 16, en de nummers 11 tot 25 aflopend van 15 tot 1 punt. Aan het eind van ieder jaar werd het eindklassement opgemaakt, maar alleen de rijders die minimaal 6 van de wedstrijden hebben uitgereden, werden daarin opgenomen.

De leider in het wereldbekerklassement is de renner met de hoogste punten. Bij gelijkheid telt het hoogste aantal 1ste plaatse, dan 2de plaatsen, enzovoort.

 

Ploegenklassement:

Alle punten van de renners worden per ploeg opgeteld…..   Dit geeft een ploegenklassement dat nodig is voor de volgorde van de ploegwagens.

 

Te verdienen geld:

Uitslag klassieker       :   20000, 15000, 10000, 7000, 5000 en 3000

Ploegenklassement   :  7000, 5000, 3000

Stand wereldbeker (vanaf klassieker 2)                   :  7000, 5000, 3000

Stand  ploegenklassement (vanaf klassieker 2)     : 10000, 7000, 5000, 3000

Dit komt neer op 75000 per dag (aangevuld met 40000 voor de standen vanaf rit 2 )

In  onze Tour was 58000 per dag te winnen.     (Maar een beetje extra geld mag wel voor de kaarten die over te houden zijn).

 

Kaarten over:

Per kaart die je overhoud krijg je 5000 € sponsorgeld terug.

In een Tour wordt dag na dag gereden.  Tussen de klassiekers is ruim tijd tussen. Dus krachten sparen voor een volgende rit is er niet echt bij. Bovendien hebben de renners geen vaste rol.

 

Vitaminepot: 

1 extra vorm-van-de-dag-kaart per 25000, max 2 per renner per koers.

3 commentaren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>